Steeds minder vrouwen stoppen met werken zodra het eerste kind is geboren. Ook zijn ze meer gaan werken en is in tien jaar tijd de arbeidsinspanning van moeders met 50 procent toegenomen. In 1996 werkten moeders nog gemiddeld 11,3 uur per week. In 2006 was dit gestegen tot 16,4. Dit blijkt uit berekeningen die het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) op verzoek van de Volkskrant maakte.


Het kabinetsbeleid is er vooral op gericht om meer vrouwen meer te laten werken. Of de naschoolse opvang, die sinds 2007 op scholen verplicht is, hier iets mee te maken heeft is volgens onderzoekers nog te vroeg om te zeggen. Nederlandse moeders gaan in tegenstelling tot elders in Europa niet meer werken naarmate hun kinderen ouder worden.

Eerste kind

Verder blijkt ook uit CBS-cijfers dat steeds minder vrouwen stoppen met werken bij de geboorte van het eerste kind. In tien jaar tijd is dat percentage teruggelopen van vijfentwintig naar negen procent. Het aantal niet-werkende moeders is gedaald van vijftig procent naar achtentwintig procent. Moeders zijn bovendien meer uren gaan werken. In 1996 had vijfentwintig procent een parttimebaan, in 2006 was dit zesendertig procent.

Geen Kinderen

Omdat vrouwen zonder kinderen meer in deeltijd zijn gaan werken, wordt hierdoor de gemiddelde arbeidsduur minder. De gemiddelde Nederlandse vrouw heeft een baan van 26 uur.